Ridder Fox

Infoblad Museum voor handwerktuigen station Kropswolde 2010.

Tentoonstelling ridder Fox.
 

Neithard Fuchs van Schweinhaupten tot Foxhol

 


 

http://de.wikipedia.org/w/index.php?title=Datei:FUV-Scheibler91ps.jpg&filetimestamp=20080120210133
 

Martijn Lagerwerf museum voor handwerktuigen

station Kropswolde (sep,2010)

Latijnse vertaling Ari Troost docent oude talen.

In de “Liste fränkischer Rittergeschlechter” is het geslacht Fuchs voor het eerst vermeld in 1220 als Albertus Vulpes (Vulpes = Fuchs) en is zij vanaf 1340 eigenaar geworden van de waterborg Breitebach (nu Preppach) een klein plaatsje in de Duitse Landkreis Hebsberg (Unterfranken). De Fuchsen breiden hun bezittingen gedurende die eeuwen snel uit, globaal genomen rondom de stad Würzburg en plaatsen dan gemakshalve de plaatsnaam van hun nieuwe bezittingen achter hun naam. Zo gaat in zestienhonderd de borg van ridder Otto Fuchs von Burgpreppach  weer over in handen van de Fuchs von Bimbach. En al is de oude borg van de Fuchsen met machtige toren tijdens de Bauernkrieg van 1525 vernietigd, in 1726 wordt het weer door Johann Philipp Fuchs von Bimbach herbouwd. Hierbij is de oude waterborg, of wat er van over is, zoals de Duitsers dat zo mooi kunnen zeggen, vollständig beseitigt. De oostvleugel van het  slot, dat in aanzet iets van zijn ridderlijke geschiedenis moet uitstralen, is na een grondige renovatie sinds 1996 weer in bezit genomen als woonverblijf door de erven Monica von Deuster-Fuchs von Bimbach Burgpreppach und Dornheim.

Opvallend aan de ridder is wel dat zijn naam geregeld opduikt in Duitse volksverhalen. Meestal als de avontuurlijke maar vooral gezellige grappende (vette of Dikke) boerenhater Ridder Neitherd Fuchs. Ook de schrijfwijze van zijn voornaam bemoeilijkte het speurwerk, zowel Nuttert, Nittert, Nottert, Nittardt als Reithart komen langs. Zijn achternaam is maar op twee wijzen gevonden, het Duitse Fuchs en in de Nederlandse oude kronieken en latere teksten als Fox. Vos of Voss ben ik niet tegengekomen. Naar alle waarschijnlijkheid heet de man Neithart. Bij de uitleg van Ari Troost, de vertaler van zijn rouwbord, is duidelijk dat het hier gaat om de betekenis Neid + hard, wat zoveel betekent als Fel en Sterk. Het Latijnse vers werkt deze naam naar zijn zeggen volop uit, met woorden als acer (‘fel’) en potens (‘machtig, sterk’). Om iets van die betekenis te behouden, schrijf ik Neithar’d’ vanaf nu in tegenstelling tot bijna al de Nederlandse teksten met een d. Op grond van de bezittingen, die zij achter hun naam plaatsen, zien wij dat de stad Schweinhaupten de vroegst bekende plaats is van waaruit de Fuchsen uitvliegen. De oude Ridder Otto Fuchs, waarschijnlijk ook uit die plaats, verkoopt na vier jaar de helft van zijn bezit in Breitenbach (= Preppach) aan de “ehrbaren Knechte” Heintz, Apel, Lutz und Hans Fuchs von Haßfurt. En zoals hun naam laat zien allen afkomstig uit een klein buurdorp van deze Burcht. Dat zij vanaf dat moment tot de familie van de Fuchsen gerekend kunnen worden, staat vast. In de tussenliggende generaties van ruim honderd jaar tot onze Neithard opduikt, krijgt de familie door aankopen ruim twintig van deze versterkingen in handen. Hierdoor is het niet makkelijk te achterhalen waar onze Fuchs exact opgroeit. Misschien stond hij zich er ook niet op voor dit te vermelden. Zijn rouwbord geeft grofweg aan, dat hij diep in Frankenland is grootgebracht en ooit als machtig man woonde in het gebied van Würzburg. Misschien paste de vermelding “ehrbaren Knechte”, die van oorsprong uit het boerendorp Haßfurt omhooggekomen waren tot ridders, hem niet. Hem de Fuchs von Würzburg noemen was ondanks de vele bezittingen van de Fuchsen in de nabijheid van deze aanzienlijke stad dan weer net even een stap te ver. Een verklaring is dat het dorp Foxhol ook altijd nadere verklaring nodig schijnt te hebben en daarom woon ik voor het gemak  “in een dorp in de nabijheid van Groningen”.
Opmerkelijk is ook dat er  in de plaats Haßfurt nog een ridderkapel staat met daarin een tiental oude wapenschilden. Een van die schilden is van de familie von Grombach. Deze twee ridderzonen Hans en Frits van Amalia Fuchs komen samen met Neidhard Fuchs
en Willibrord graaf van Schaumberg naar het noorden. Ook het wapen van deze Schaumberg is er te vinden. Uit dit gegeven en de verkoop van de borch aan de “Fuchsen von Haßfurt” maak ik op dat onze Neidhard Fuchs ook in deze kring van ridders geplaatst kan worden. De plaatselijke geschiedschrijver van de Borch is er van overtuigd maar kan geen doorslaggevend bewijs aanvoeren. Voorlopig zal de naam Neidhard Fuchs uit (von) “Haßfurt” dan even op zich moeten laten wachten. Een officiële achternaam moest dit drietal immers ook zelf zien te bevechten, en daarmee komen zij dan al aardig in de buurt van namen als Sneek Harlingen of Leeuwarden, maar de geschiedenis pakt anders voor hen uit.

Gelukkig hebben lang niet al de Fuchsen iets met dat oude handwerk van steekpartijen en doodslag.
Zo wil Leonhart Fuchs, die een jaar na de dood van Ridder Neithard Fuchs het licht ziet, liever arts worden. Hij staat nu bekend als een van de drie founding fathers van de botanie. Onder de honderden planten, die hij op hun geneeskrachtige werking onderzocht, klonk deze familienaam ons al bekend in de oren, de Fuchsia.  Een andere plant, die hij op “Kraft und Würckung” onderzocht, is de cannabis.

De verhoudingen
Deze haast vergeten ridder is van afkomst en met zijn uiteindelijke nederlaag aan de Onze lieve Vrouwenlaan duidelijk niet de man van grote steden of beroemde plaatsen. In zijn tijd liggen de verhoudingen anders en weten de Groningers en Friezen van toen niet beter of we zullen over deze ridder tot in de hondsdagen blijven verhalen. Hij is “de eerste Colonel von Herzog Albrechts voetvolk” en met de erblichen Reichsstatthalterei van Friesland beloond. Waar die Fox dan wel of niet het grootste deel van zijn jeugd doorbrengt, is ook nu niet de direkte aanleiding om over hem te blijven berichten, maar anderzijds is het van het grootste belang iets over de afkomst en de streek te weten. Al was het alleen al omdat die oorzaak en gevolg zijn voor zijn latere handelen. Zo groeit deze Fuchs op in een omgeving met strenge hiërarchische verhoudingen, discipline en gezworen trouw. Met andere woorden omgangsvormen waar de “vrije Friezen” geen heil in zagen.
Na de slag bij Warns in 1354 bewijzen of denken de Friezen, dat zij deze hiërarchische structuur ook niet nodig hebben. Om indringers buiten te houden, is hun volksmoraal er één van “leaver dea as slaaf” (liever dood dan slaaf) dan dat zij zich naar goed zuidelijke gebruik ooit zullen onderwerpen aan vorsten of zulks volk.
Kortom men vecht hier voor eigen huis en haard en om het vege lijf te redden. De vaak zuidelijke ridders, waaronder onze Fuchs, sneuvelen daarentegen in eerste plaats wel voor bazen en hun expansiedrift, ofwel, het landjepik. Vechten is hun dagelijks handwerk, waar het sneuvelen een eerbaar onderdeel van is. En hier is alweer een duidelijke tegenstelling met de Friezen, die pas aan vechten denken en legers op de been brengen als de nood aan de man is. Die nood is er  in tegenstelling tot de slag bij Warns ten tijde van Fuchs feitelijk niet.
Men trekt niet ten strijde tegen vreemde overheersers, de Friezen zijn onderling slaags geraakt. Uit de verdere loop van de gebeurtenissen blijkt dat de Friezen zich mede door hun gebrek aan gevechtservaring en het niet slaafs opvolgen van bevelen inderdaad onderling doodvechten. Fuchs spreekt op zijn rouwbord terecht over ‘bandeloze’. Door deze tegenstelling van cultuur kan Fuchs met de hem trouwgezworen huurlingen gevechtsstrategieën toepassen waar de in grote getale aanstormende doldrieste bevolking geen speld tussen kan krijgen. Het is voor de strijdende partij, die Fuchs binnenbracht in die zin een goede zet.
Zuidelijke kroniekschrijvers zullen de slagverhoudingen wat aangedikt hebben maar een gemiddelde van vier op één huurling is aannemelijk. Om de ridder Fuchs, die door Albrecht van Saksen op verzoek van de Friezen naar het noorden komt en bijna al zijn veldslagen wint, af te schilderen als groots veldheer is mij net even een stap te ver. Zijn overwinning is eerder het doorprikken van een mythe, getuige zijn rouwbord waar als feit vermeld is dat het zelfs de Romeinen nooit gelukt is de Friezen  te onderwerpen, laat ik dan even voor wat het is. Het idee van onoverwinnelijk volk is na de slag bij Warns bij de elkaar bestrijdende Friezen  natuurlijk volop aanwezig, of niet? Waarom hulp vragen aan Albrecht van Saksen. Misschien is het idee van onoverwinnelijkheid altijd al een idee van de Friezen zelf geweest en zagen de Romeinen domweg geen brood in dit gebied? Caesar was er heel duidelijk over dat het dapperste volk dat hij moest bedwingen de Belgen waren, sla Asterix er maar op na. Albrecht lijkt, nu de kansen in het noorden voor het oprapen liggen, niet echt door te pakken. Ook blijkt uit de reconstructies van de slag bij Warns dat hier eerder sprake is geweest van puur geluk, waardoor de Friezen de slag in hun voordeel beslechten. Ook in deze slag laten de Friezen al een groot gebrek aan kunde en discipline zien. Het kan “vriezen of dooien” en zo trekken de Friezen hier hoogstens als uitzondering op de regel aan het langste eind. Los daarvan weten strategen dat “dat bandeloze” een vruchtbare gevechtsmethode is of kan zijn.  Maar om met woeste dolle uitvallen veldslagen te winnen, moet er wel de moraal van liever dood dan slaaf aan ten grondslag liggen. In de vraag in hoeverre ten tijde van Albrecht deze noordelijke moraal nog voor handen is, zit een andere aanwijzing voor het verlies van de Friese vrijheid. Kort gezegd is hij hier mede op uitnodiging van de “Friezen en Groningers” zelf en vindt het kleine Saksische hulpleger hier zijn versterking om de strijd tegen de Vetkopers aan te gaan. Over hoeveel mannen het dan gaat, staat niet vast. De gevechtsver-houding van één tegen tien is vaak op grond van de aantallen huurlingen, die daadwerkelijk uit het zuiden kwamen, gebaseerd. Werkelijke verhoudingen liggen anders. Hoe die liggen, daar waag ik mij niet aan en laat ze verder ook buiten beschouwing.
De verhoudingen in deze dagen waren niet zwart wit in de zin van het noorden tegen zijn indringer, zoals dat bij Warns nog wel het geval was. Hierdoor is het ook invoelbaar, dat een deel van de noordelingen hun Fuchs, waar zij hun hoop op gevestigd hadden, beloonde met een grafsteen in één van hun kerken. Want of je in deze tijden nu voor een wolf of een Fuchs moest buigen, wist niemand meer met overtuiging. Na de slag bij de Onze lieve Vrouwenlaan is het niet duidelijk welke rol het Vrouwenklooster van Essen daarbij gespeeld heeft. Invoelbaar is wel de onvergetelijke indruk die hij op de plaatselijke kloosterlingen en zusters gehad moet hebben toen hij zijn manschappen langs hun  Mariakapel te Kropswolde richting Kolham dirigeerde. Hier konden zij met eigen ogen aanschouwen dat zijn bijnaam “de grote Fox” ook iets te maken had met zijn, zoals Duitse geschiedschrijvers dat zo plastisch uitdrukken, “außerordentliche und körperiche Starke”.
Zijn verering door de noordelingen is te verklaren uit een twist tussen de Cisterciënzerorde waar dit klooster van Essen toebehoorde en de Norbertijnen.  Zij staan aan de wieg van een langdurige burgeroorlog tussen de Schieringers ( Schiere (grijze) monniken ofwel de Cisterciënzerorde enerzijds en de vetweiders de “Vette partij” van Vetkopers de Norbertijnenorde anderzijds. Bij de onderwerping aan Albrecht van Saksen met zijn Fuchs zijn de Vetkopers de onderliggende partij.
De Cisterciënzer, ofwel Schieringer zusters van het klooster Essen, komen veelal uit de gegoede burgerij van de Martinistad en hebben het leeuwendeel van het stadsgebied Go-recht in eigendom.  Ook al is de stad grotendeels op de hand van de Vetkopers, ofwel Norbertijns, deze Schieringer zusters zijn hierop een uitzondering op de regel en worden zoals wij dat nu zeggen gedoogd.

In het ‘Boeck der Partijen’, geschreven door de Friese edelman Jancko Douwama (ca. 1483-1533) verwijst “schier”, als grijs uitgelegd, niet naar de habijtkleur van de Cisterciënzerorde maar naarschieren,  in het Fries hetzelfde als ‘spreken’ in de zin van overredingskracht. Naar zijn mening vooral een eigenschap van armlastigen omdat zij alleen op die manier iets voor elkaar konden krijgen. Hij verwijst verder naar de “vette partij” als de rijken. Deze uitleg bijt de verhoudingen niet. De Martinistad van kooplieden en handelaren is als vanzelfsprekend op de “vette” (rijke) hand waar hun Cisterciënzer zusters kiezen voor vrijwillige armoede. De werkelijk armen zijn dan de Schieringers. Mede door deze tegenstelling, die nooit geheel verdwenen is, zal zijn anti-noordelijke graftekst en rouwbord geleidelijk aan weer in de vergetelheid raken. In deze tegenstelling Tussen rijk en arm is het niet opmerkelijk dat de welgestelde Hayo Ripperda, hoofdeling te Farmsum. In 1498 graaf Edzard van Oost-Friesland om hulp vraagt tegen de  troepen van Fuchs die aan de arme kant vochten.  Voor deze hulp is Ripperda de graven Edzard en Uko van Oost-Friesland dan wel even 4500 guldens verschuldigd. Een jaar later vechten beide partijen (Albrecht en Edzard) met hun huurlegers ineens zij aan zij tegen de eigengereide macht van de stad Groningers. Veel Schieringers en Vetkopers zijn er dan niet meer bij betrokken. Op een paar na die dit handwerk niet meer vaarwel kunnen zeggen, maar de meesten haken af omdat dit geknok om Groningen niet in hun voordeel zal uitpakken. Waar het allemaal om begon was namelijk de (individuele) Friese vrijheid. Daarbij de kanttekening dat het bij deze vrijheid niet gaat om de zelfstandigheid van de Friese en ommelander Groninger “bevolking” maar om die van de herenboeren en handelaren zelf. In het Go-recht ging deze vrijheid van handelen zelfs zo ver dat een verblijf “met de woon”door de Martinistad botweg verboden was. Werklieden mochten hoogstens turfsteken of dergelijke zaken verrichten als zij stadsburger waren en daar ook woonde. Ook was het aan de stad voorbehouden al de handel en het transport in handen van een eigen varend gilde te houden. In het klein waren dit de onderlinge machtsverhoudingen tussen al die vrije Friezen en Groninger heren en hun knechten waarbij Jan me de pet diep in het stof kon bijten. Helaas beroepen sommige Friezen en Groningers zich vaak op deze vrijheid die feitelijk alleen het recht van de sterkste omvat.. Dat er bij de jaarlijkse  herdenking van de slag bij Warns vooral extreem rechtse verlangens opduiken is begrijpelijk , maar, deze Fuchs herdenken als “de zwarte hoop” in bange dagen is in de moderne verhoudingen immers ook niet gepast. Als een reactie op de grap van Koop uit (van of von) Tjuchem met zijn Lenin lijkt mij een mooi stadbeeld van ridder Fox dan wel weer aardig

Verloop van de veldtochten
 
Petrus Thaborita (1450/1527) “Ende die gheſlaghen Frieſen foer Fraenker bleuen legghen onbegrauen acht daghen of meer; want niemant dorste ſyn doeden toe huys van anxte vanden knechten halen ende begrave”

Rond 1495 zijn de vetkopers met steun van de Martinistad aan de winnende hand.
Al vanaf de jaren twintig van die eeuw probeert deze stad van Vetkopers de Schieringers hun eigen vrede op te leggen. Na een aantal opeenvolgende grote verliezen vestigen de Schieringers hun hoop op graaf Albrecht van Saksen de nieuwe eigenaar van Friesland.
En krijgen die in de vorm van een huurlingen leger, waarvan Fuchs zal uitgroeien tot een van de belangrijkste aanvoerder.
Juw Dekema was eerder door de Schieringers verkozen tot Potestaat van Friesland.  Maar de Vetkopers weigerden Juw te erkennen, alleen al vanwege het feit dat hij door de Schieringers was gekozen. De keizerlijk bode Otto von Langen kon keizer Maximiliaan, de
toenmalige eigenaar van Friesland, tenslotte alleen berichten dat het met de onpartijdige Juw ook niet gelukt was de strijdende Friezen op een lijn te krijgen. Waarop hij Friesland schonk aan de Hertog van Saksen en zo een deel van zijn schulden, voor zijn inzet in de Hoekse en Kabeljauwse twisten, bij hem inloste en dan zelf van het probleem af was. Inloste in de zin van ga het daar maar halen, dit met instemming van de Schieringers die nu hun laatste hoop vestigde op de komst van de grote Fox.

Ridder Neidhard Fuchs, komen we eerder al in Nederlandstalig gebied tegen in de Gelderse oorlog. Hij verhuurt zijn krijgskunde zeer verdienstelijk aan keizer Maximiliaan dan weer aan hertog Albrecht van Saksen maar ook aan Frederik van IJselstein. Zo heeft hij in 1495 al enige bekendheid met zijn leger van Duitse landsknechten onder de naam de ‘Zwarte Wacht’. In de Friese oorlog tussen de Schieringers en Vetkopers duikt hij dan weer op met de door Schieringers gegeven bijnaam de ‘zwarte hoop’. 
 
Zoals overeengekomen maakt Neithard Fuchs (Fox) in dienst van Albrecht zijn zuidelijke huurlingen-leger op voor de aanval op Sneek (800 huurlingen) en herneemt de stad, die een jaar eerder in handen van de Vetkopers is gevallen. Nadat de Vetkopers bij Wykel bijeenkomen en Fuchs een gevoelige nederlaag toebrengen, stelt hij zijn manschappen en het op Sneek buitgemaakte kanon bij Sloten in positie. Hier weet hij de overmacht aan vetkopers, die nu op Sloten aantrekt, uiteen te drijven door zijn geschut te laden met schroot. Zij zijn nu een makkelijke prooi voor de mannen van Fuchs. Ook het feit dat veel vetkopers met een te groot aantal over het ijs komen en er doorheen zakken, is in Fuchs voordeel. Een eerdere poging om een schip dwars in de vaart te laten afzinken, dwat dan als verdediging dienst kan doen, is door de mannen van Fuchs verijdeld. Het zou, bij het slagen van dat plan, Fuchs niet gelukt zijn meer goederen uit de geroofde gebieden via Staveren af te voeren. Bij Sloten raakt Fuchs zelf ook zwaar gewond en besluit hij met zijn overwinning op zak terug te keren naar Sneek om daar zelf weer wat op kracht te komen. Na een vruchteloze belegering van Leeuwarden door zijn leger, waarbij de in Sneek gemaakte laders te kort blijken voor de hoge wallen van die stad, komt zijn intocht tot stilstand. Het weer op de been komen van Fuchs duurt zijn huurlingen te lang. De soldijkas raakt al aardig leeg, of beter gezegd er valt al bijna niets meer te plunderen. Ook puilt de stad uit van Schieringers, die zich nu in grote getale bij hem aansluiten. Om te voorkomen dat zijn huurlingen hem in de steek laten, bedingt hij een afkoopsom voor zijn vele gijzelaars en geroofd vee. Sneek maar ook Leeuwarden, die in een tweede belegering geen stand zullen kunnen houden, vragen daarop hulp aan de Martinistad om het benodigde geld bijeen te brengen. De Martinistad betaalt uit op twee voorwaarden, zijn vertrek uit Sneek en wensen Bokke en Zijtse Haringsma, heerschap van IJlst als onderpand voor het geleende geld. Twee gijzelaars, die wel direct vrij komen, zijn Eltet to Lellens uit Groningen en Louw Donia Grietman van Wymbritseradeel. Van die laatste  is er in Sneek nog een straat te vinden, die zijn naam draagt. Bokke wordt een jaar later door Jan Kanneken, kannenmaker in Sneek, uit de Martinistad bevrijd. Kort daarna komt ook Zijtse op losgeld vrij.

.

Neithard Fuchs komt in opbracht van Albrecht terug om zijn rechten in het gebied te verzilveren. Als hij in Stavoren zijn leger aan wal zet, zijn ook de Schieringers weer van de partij en de poppenkast begint van voor af aan met dat verschil dat de Schieringers zich nu bij een vreemde macht aansluiten zonder afspraken te maken omtrent het behoud van de eigen vrijheid. De Vetkopers zijn daar duidelijk nog niet aan toe. Fuchs legert zijn troepen nu in de abdij van de Cisterciënzerorde (van Schieringers ofwel grijze monniken) te Aduard, op dat moment met maar liefst 25 stenen gebouwen één van de grootste van Europa. Bij een terreinverkenning wordt één van zijn hoofdlieden, ridder Jurjen van Reinsberg, met 15 van zijn ruiters te Noordhorn doodgeslagen. Fuchs laat daarop zowel Noord-, als Zuidhorn en alles in de omgeving wat hem Vetkoperig voorkwomt platbranden en belegert Selwerd (nu een buitenwijk van Groningen). De stad laat het er niet op aankomen en stelt Fuchs een afkoopsom voor, (32000 gulden) waarmee hij akkoord gaat. Zij leent een deel van het geld (1800) voor Fuchs vertrek van Graaf Edzard van Oostfriesland. Naar verluid vindt de betaling plaats in het klooster van Ludekerken nabij Harlingen. Fuchs vertrekt na vrijlating van een aantal vooraanstaande lieden, die hij zolang in onderpand heeft gehouden, uit het noorden. De meeste van zijn huurlingen krijgen van Albrecht andere opdrachten in het zuiden. Een kleine groep legert zich  na ontvangst van hun soldij in Harlingen. De martinistad blijft achter met een schuld.

Maar, de Friese vrijheid zou niet zo heten als zij hem in navolging van de Groningers de vrije aftocht gaven. Met hun liever “dood dan slaaf” moraal vallen de Zevenwolders Vetkopers de mannen van Fuchs en de zijnen opnieuw aan. In eerste plaats slaagt Fuchs er niet in de stelling te breken. Na een aantal weken van aanhoudende schermutselingen is Fuchs teruggeslagen tot de kust van Gaasterland. Hier weet hij de Vetkopers uiteindelijk toch een zware nederlaag te bezorgen. Deze tweede ronde zal voor Fuchs uitlopen op één van de grootste slagen uit zijn carrière. Fuchs is met zijn onderbezetting, maar gesteund door een al even zo verdienstelijke strateeg Willibrord graaf van Schaumberg, aan zet. Deze verpletterende nederlaag voor de Vetkopers bij het Rode klif van Laaxum op 10 juni 1498 moet bij hen uiteindelijk ook het moraal gebroken hebben. Op 24 september 1498 zal Fuchs met graaf van Stolberg, Siegmund Pflug en de graaf van Schaumburg gehuldigd worden. Fuchs wordt als bevelhebber over Friesland ten westen van de Lauwers aangesteld en houdt te Leeuwarden zijn residentie.

Door een verrassend verbond tussen Albrecht en Edzard zal na een jaar de oorlog weer oplaaien. Nu om de Groningers te onderwerpen. Veel Vetkopers krijgt Edzard niet op de been omdat zij met hem niet meer voor eigen huis en haard zullen vechten maar voor de overheersing door een vreemde macht. Toch zet Edzard de boel op scherp door van de Martinistad per direct het geld waar zij Fuchs mee afkochten, terug te eisen. De ooit trouwe Vetkopers stad weet zich geen raad nu Edzard met zijn Vetkopers leger de rollen ineens omdraait. De Martinistad wenst de schuld niet in te lossen en laat het er nu op aankomen. Edzard eist daarop het Oldamt op en legt Winschoten en de Pekel A in de as. Hij legert zijn manschappen nabij het klooster van de Vetkopers, de “Vette partij” van de  Norbertijnen te Wittewierum. De nu volop in oorlog verkerende Martinistad laat onder aanvoering van Ulrich uit voorzorg steenhuizen van pro Edzard gezinde Ommelander Heeren plunderen en in brand steken. Daarna bezet Ulrich Farmsum  Oterdum en Reide. maar de stad Appingedam valt al snel weer in handen van de Vetkopers. Met andere woorden middeleeuwse toestanden. De Groningers weten Sauwerd in te nemen, waarna een tweede overwinning volgt op Fuchs en de zijnen.

Edzards voetvolk is grotendeels over het water naar Groningen gebracht. Fuchs daarentegen is met Victor Frese en Hans van Grombach op verzoek van Edzard, die op dat moment in Appingedam zit, met drie kanonnen vanuit Leeuwarden via Roden, Zuidlaren naar het oorlogsgebied gekomen.
Zij hebben de hele nacht doorgereisd en zijn vermoeid aangekomen op de grens van het Go-recht stadsgebied met de Ommelanden aan de Onze Lieve Vrouwen op 22 juni 1499. Hier stuit hij dan op een overmacht aan Groningers, die over zijn aanwezigheid ingelicht zijn. In de slag, die volgt, zal ook Walke Siersen van Akkrum, geteld onder de heerschappen van de Zevenwouden, sneuvelen. In allerijl wordt één van de kanonnen in stelling gebracht, hoewel vluchten een betere optie is. Bij het afvuren, mist het kanon doel, volgens het verhaal een voltreffer maar dan midden in de voet van een boom. Daarop zetten de Groningers de aanval in. Fuchs raakt daarbij zwaar gewond en blijft hij tot zijn laatste adem weerbarstig zijn mannen oproepen om in formatie te blijven. Al is de slag al beslist, Fuchs zal zittend op zijn knieën nog enigen geprikt hebben. Zijn rechterhand, jonker Hans van Grombach, geeft zich wel over en laat zich wijselijk gevangen zetten. Hij komt in 1506 weer boven water, nu met de titel “ouderman” (stadbestuurder) van Sneek. Häuptling Victor Frese laat in Krummhörn, Oost Friesland, in het jaar 1527 zijn testament na. Tegenwoordig is er nog een straat te vinden die zijn naam draagt. Edzard geeft zich na dit verlies niet gewonnen en vraagt Albrecht opnieuw om hem manschappen te sturen. In 1506 moeten de Ommelanden en Groningen Edzard dan alsnog als heer accepteren. Of beter gezegd tijdens de belegering van hun stad door de graaf breekt hij zijn verbond met de Duitser Albrecht, waarna de Groningers met hem wel tot een akkoord willen komen. Op 1 mei is zijn plechtige intocht en begint hij binnen de muren van de stad een paar weken later al aan de bouw van zijn kasteel. Ook de jonker Fuchs zelf krijgt als bondgenoot van Edzard een eervol graf in het koor van de Franciscaner of Minderbroederkerk nabij het grote St. Maria Magdalena altaar, later ook wel de Broerkerk. Naast zijn in het Latijns geschreven rouwbord wordt er op zijn graf een Nederlandstalige tekst gebeiteld (1).

Hier leit den held, Wiens herte noyt besweek, Nog in het veld, Oyt voor zijn vijand week:
Die, als hij zag, Zijn Volk verslagen wert, Vogt, daar hij lag, Nog met een manlijk hert.
 

Bevelhebbers onder Niedhard Fuchs in de slag bij de Onze lieve vrouwen te Foxhol

HANS GROMBACH (Frits en Hans von) of Grumbach zoons van Carl en Amalia Fuchs von Dornheim. Het kan hier gaan om een oom of neef van Neithard Fuchs. In 1996 is de waterborg Breitebach (nu Preppach) van “die von Fuchs” weer in bezit genomen als woonverblijf door de erven Monica von Deuster-Fuchs von Bimbach Burgpreppach und Dornheim. Hans en Frits Grombach/fuchs komen gelijk met Neidhard Fuchs, von Metsch en von Slens onder Willibrord graaf van Schouwburg naar het noorden. Tijdens de eerste bezetting van Sneek door deze Saksen, gaat hij met een klein leger naar Alsem. Deze opmars is hem door de Zevenwolders die de sluizen opende onmogelijk gemaakt. Op zijn terugtocht naar Sneek raakte hij bij Rauwerd slaags met de Leeuwarders en trekt er aan het langste eind. In de slag bij Foxhol loopt dat anders, en is hij samen met Victor Frese door de stad Groningers gevangen genomen. Fuchs zal er zijn dood vinden. Hans Grombach kwam snel na zijn gevangenneming vrij. (Hij zou een goede onderhandelaar geweest zijn). Hij is in de jaren na de slag te Foxhol (1499) onder andere te vinden in het stadsbestuur (als olderman gilde bestuurder) van Sneek en later als ambtenaar te Leeuwarden. In 1500 komen wij hem tegen als hopman in het door de Saksen gebouwde onderkomen “het blokhuis”te Leeuwarden. Verwerft voor zijn optreden tegen de rebellen Mockema’s te Ferwerd en de Unia’s te Wirdem meerdere betrekkingen. En zelfs een beloning in de vorm van al de bezittingen van de “rebell” Wilke Rinia van Stins. Vervolgens is hij Ambtman te Harlingenen en grietman van Barradeel.

Zijn broer Frits Grombach/Fuchs zal het uiteindelijk brengen tot Ridder Overste-Dijkgraaf van geheel Westergoo. Ook hij blijft zich inzetten tegen de “Friese Rebellen” maar ook tegen de legers van de graven van Holland die Friesland nu regelmatig aanvielen. Een van zijn voorzorgsmaatregelen tegen de legers uit Holland was het in de brand steken van grote stukken land.  De “rebbel”  Pier Gerlofs Donia (Greate Pier). zal (rond 1515/16) nadat de seksers ook zijn boerderij in de brand staken en daarbij zijn vrouw dode, uitgroeien tot een van de bekendste Friese opstandelingen.

VICTOR FRESE geboren in Weye graafschap Hoya (onder Bremen) 1464.  Overleden te Rysum Grummhorn (Oost Friesland ) 1527. ( In Nederlands taalgebied ook wel als Freese of “den Fraise”) Het is in de stad Bremen waar Gerardes dictus Friso als eerste in 1222 in de boeken opduikt. De naam laat zien dat het hier al om een oud Fries geslacht gaat. Vanuit Bremen komt de familie (op de vlucht) weer naar (Oost) Friesland. De Victor Frese uit deze familie is een persoonlijke vriend van de broers Enno en Edzard van Oost-Friesland. Hij zal volgens Groninger Ubbo Emmius in navolging van zijn broer Enno ook Edzard begeleiden op zijn pelgrimstocht naar Jeruzalem. Zo was hij tussen 1489 tot 1492 tot tweemaal toe naar het “land der Joden” vertrokken en naar zeggen van Ubbo Emmnius overleefde hij al de heidense volken. Voor die tijd was dat inderdaad een opmerkelijke reisprestatie. Door een huwlijk komt hij in het bezit van de Heerlijkheid Rysum en is ook nu een van de mooist bewaarde terpdorpen van Oost Friesland. Of de Rysumer borg ,zijn familie verblijf,  met de oudst bekende naam Ebbelsborg door hem gebouwd is staat niet vast. Nadat Graaf Edzard met Albrecht van Saksen  overeenkomt dat zij de macht van de stad Groningers in de ommelanden moeten inperken vocht hij in 1499 samen met de Saksische huurlingen van Fuchs en Grombach bij het latere Foxhol. Hier is hij met Grombach door de Stad Groningers gevangen genomen. Waarschijnlijk was hij door Edzard aangewezen als de aanvoerder van de niet Saksen in Fuchs leger, de Vetkopers en Oost Friese.  (Een daarvan is in de boeken terug gevonden als Walke Siersen van Akkrum)  In het jaar 1527 laat Victor Frese een testament na. Hieruit blijkt dat hij Rondom Emden (Grummhorn) veel bezittingen op naam heeft en heet dan Ritter Victor Frese, hauptling zu Loquard, Rysum und Campen. In 1513 is hij verantwoordelijk voor de verplaatsing van het Rysumer Orgel naar de westkant van de kerk. Dit Orgel uit 1457 is nu een van de oudst bespeelbare orgels van Europa, en vervaardicht in de Groninger Martinistad. Volgens het verhaal uit die stad betaald met “vette” runderen. Ter nagedachtenis aan Frese hangt er aan het orgelkansel de tekst.

Hec structura incepta est tempore Victoris Vrese equitis aurati et domini
Edonis de Westerwolda curat”

Zijn zoon Wilko Frese zal hem te Rysum op de Ebbelsborg opvolgen, en is voor korte tijd onder Edzard bevelhebber over de stad Groninger troepen. Het verhaal gaat dat de Ebbelsmade bij Foxhol, het gebied waar later de Scholtens fabrieken staan, bij  Wilko in eigendom was.

Locatie van de slag tegen Fuchs
De Borch(Borgweg) / O.L.Vrouwenlaan (Woldweg).

Lucht foto scheepswerf (1)

Het ontbreken van een gehucht te Foxhol ten tijde van de ridder maakt de aanwijzing voor de exacte plaats van de slag moeilijk. Deze plaats zal dan in een reconstructie van de oude wegen terug te vinden moeten zijn. Tegenwoordig is dat bij het kruispunt (Korte-)Groninger weg – (Korte-)Borgweg. Hier is ook de aansluiting op de O.L. Vrouwenlaan waar de ridder Fox volgens het verhaal zijn laatste adem uitblies. Deze laan, voor 1800 als De-onze-lieve-Vrouwenlaan verwijst hier naar een Mariakapel nabij het uithof Grangia bij de huidige molen De Hoop. Het dorp Foxhol, zoals wij dat nu kennen, is vanaf dit kruispunt meer westelijk gelegen en duidelijk van latere datum (1600) dan “De Borch” wegen (1100/1200)” (dijk) Woldweg/Borgweg. Een aanwijzing voor een gehucht of dorp is er op dit kruispunt niet te vinden, niet in losse bodemvondsten en ook niet in de geschriften. Blijkbaar was hier niets te doen en dan is het logisch dat er voor een plaatsaanduiding van de slag tegen Fuchs geschreven staat, nabij de, of ter hoogte van de Onze Lieve Vrouwen. Dat kan dan de Vrouwenlaan zijn of het uithof met kapel bij molen de Hoop. Er is een aantekening, die aangeeft, dat het hier om een terrein met die naam gaat , Voorwerk (land) toegewijd aan de “onze lieve vrouwen”. Dit is later alleen teruggevonden als de onze lieve vrouwen van Kropswolde (het uithof) en verder alleen in de (Onze lieve) Vrouwen-laan overgeleverd, waardoor wij aannemen, dat de slag bij deze laan plaats gevonden heeft. Maar ook omdat deze laan feitelijk in het hier latere dorp met de naam Foxhol ligt. Voor het ontstaan van dit dorp liep de laan door tot aan de molen de Hoop, in noordelijke richting tot aan Kolham. In een document van voor de slag geeft de burgemeester van Goningen de zusters van Essen vrije aftocht door een door hen gegraven sloot (molensloot) uit het Vossehol (wijk de vosholen). richting den Borch (Borgweg). De molensloot, die van de huidige Van Royenstraat naar het latere Foxhol loopt, gaat daar over in het Boele-meer (later Foxholstermeer). De vrije aftocht zou dan betrekking hebben op de rechten van al het watertransport, dat in handen van het Stadgroninger schuitenschuiversgilde was. Deze door de zusters zelf gegraven molensloot viel daar bij deze bepaling dus niet onder. Ook kunnen we daaruit opmaken dat het Vossehol, waar hier sprake van is, meer richting Kropswolde lag. Grofweg zal het bij dit Vossehol gaan om de drassige landen, mollenwaard tot aan de wijk de Vosholen, onderaan de voet van de Wolfsbargen en Vossenberg of bargen, en niet om de plaats van het latere dorp Foxhol. Kropswolde ligt hemelsbreed op een uitloper van de Vossenberg. Het Crop van Kropswolde is buld of berg, door boeren nog wel in gebruik als aanduiding voor zandruggen in landerijen en betekent Kropswolde dan ook zoveel als Hoogbos. De Doorlaat in de Borg ter hoogte van de vrouwenlaan was ook de oude grens tussen het Gorecht (stadsbezit) en dat van Kolham/Slochteren (dat dan één van de ommelanden is). De bezittingen van het klooster, toegewijd aan de onze lieve vrouwen, liepen niet verder dan deze grens. Daaruit maak ik op dat de slag op grondgebied van het vrouwenklooster plaatsvond, dus in het Gorecht aan de Kropswolderkant. Op de grens van deze twee onafhankelijke rechtsgebieden heeft men tot ver in de negentiende eeuw tol geheven. Deze tolpoort aan de voet van de Vrouwenlaan wordt in een andere beschrijving uitgelegd als Rode poort maar zou volgens die beschrijving dan weer in Kolham gelegen hebben. Als we aannemen dat de Rode poort een grensmarkering aan het begin van de Vrouwenlaan is en geen hof of borg met die naam, dan heeft de kroniek die spreekt over, bij Kropswolde als ook de Kroniek de spreekt over, bij Kolham het over dezelfde plaats.Een andere onduidelijkheid is dat Fuchs in het ene verhaal al in Kolham was waar de ander kort stelt dat hij vanuit Kropswolde op Slochteren/Kolham trok en dan slaags raakt met de Groningers bij “de Onze lieve vrouwen” . Diverse aantekeningen laten ook zien dat Fuchs gemakkelijk kon “Ontwijken” maar daar niet aan dacht.Op de smalle Woldweg richting de Roode poort is dat geografisch onmogelijk. Omdat er op de smalle Woldweg geen andere optie is dan een tegemoet komend leger aan te vallen of op de vlucht in de rug aangevallen te worden. Daarin zit geen goede verklaring omtrent zijn alom toegedichte dappere houding en heldenmoed. In de omschrijving dat toen de Groningers er lucht van kregen dat hij zijn intocht maakte, “en hem daarop volgde” is Fuchs daarop waarschijnlijk vanuit Kolham omgekeerd. In die uitleg past bijna al hetgeen er over te vinden is, zijn mogelijkheid om te vluchten, zijn “welig tieren in Kolham”, waar hij dan al was of zich in de nabijheid bevond.Op grond van de informatie die de weinige documenten over deze slag prijsgeven, kom ik tot de conclusie, dat het leger van de Groningers zich dan vanuit Kropswolde over de Woldweg of  over Westerbroek over de Borgweg naar dit kruispunt begaf en van hieruit de Vrouwenlaan opkwam richting Kolham. Een niet weg te denken derde optie is de bereikbaarheid van dit kruispunt over water. Een in die tijd al goede waterverbinding met de stad baseer ik op het feit dat de landopbrengsten van het Klooster Essen uit de driehoek Molenwaard/(wijk de) vosholen (vossehol) of wel het oostelijk deel van Kropswolde alleen vanaf dit kruispunt door het stadsgilde afgevoerd konden en moesten worden.
Een verslag is er duidelijk over dat het Stadsleger in het huidige Foxhol aan wal gekomen is.
En hierbij deels gebruik maakte van de schuiten van dit varende Gilde. Of daar dan ook
de slag plaats vond is daarmee niet duidelijk. Als we aannemen dat Fox al in Kolham was
zal het leger die vanaf de Hunze de O.L.Vrouwenlaan op trekt betrekking hebben op dat deel van de laan gelegen tussen Foxhol en Kolham. Daarmee komt dat deel van de laan die nu Woldweg heet als plaats van de slag te vervallen.

 
 
 
Het Rouwbord
      Ima  Franconia Niterdum Vulpes alumna
Herbipoli quondam fovit in orbe potens.
 
Martis eram decus ac equitum peditumque monarcha,
magnus et immensi  belliger orbis eram.
 
Innumeros domui populos, villagia et urbes;
acer et armipotens alter Achilles ego.
 
Indomitos Suevos gladio vibrante subegi, 
insolitoque iugo substravi Frisiones.

Niterd Fuchs, diep in Frankenland grootgebracht,
heeft ooit, als machtig [man], gewoond in het gebied [van] Würzburg.

Een sieraad van de oorlog was ik en aanvoerder van ruiterij en voetvolk,
groot en strijdlustig was ik over de hele wereld.

Talloze volken heb ik bedwongen, dorpen en steden;
fel [was] ik en krijgshaftig, een tweede Achilles.

De bandeloze Zwaben heb ik onderworpen met [mijn] schitterend zwaard
en de Friezen heb ik gebracht onder het juk waaraan zij niet gewend waren.

Toelichting  Ari Troost
 
De Latijnse tekst is in een poëtische versmaat geschreven, blijkbaar in een elegisch distichon. Dat wil zeggen dat er steeds twee regels bij elkaar horen. De eerste twee regels gaan over Fuchs in de 3e persoon enkelvoud, de tweede, derde en vierde groep van twee regels laten Fuchs zelf aan het woord in de 1e persoon enkelvoud. Een elegisch distichon is gebruikelijk voor epigrammen, d.w.z. korte opschriften, zoals grafschriften.
Het Latijn vertoont een verzorgde structuur met gebruik van stijlfiguren. Zo begint de tweede groep van twee regels met ‘eram’ (‘ik was’) en eindigt daar ook mee. De vierde groep van twee regels vertoont een chiasme (kruisstelling): indomitos Suevos (‘bandeloze Zwaben’) – gladio vibrante (‘met mijn schitterend zwaard’) X insolitoque iugo (‘het juk waaraan zij niet gewend waren’) – Frisiones (‘de Friezen’).
Verder zijn er alliteraties zoals acer et armipotens (‘fel en krijgshaftig’), en indomitos … insolito…

De naam Niterd is wat vreemd, het Latijn geeft Niterdum, waar je Niterdus zou verwachten. Het is een oud Germaanse naam, samengesteld uit Neid + hard, wat zoveel betekent als Fel en Sterk. Het Latijnse vers werkt deze naam volop uit, met woorden als acer (‘fel’) en potens (‘machtig, sterk’).

De naam van de ridder is in het Latijn Vulpes. Het zal een weergave zijn van het Duitse Fuchs. Waarschijnlijk heette de ridder oorspronkelijk Neithard Fuchs. Hij is blijkbaar afkomstig uit Würzburg, in het Latijn Herbipolis. Würzburg ligt in Frankenland (Franconia) en was tot de komst van Napoleon een vorstbisdom. Of Fuchs uit de stad Würzburg zelf afkomstig was of uit het bisdom is niet uit te maken op grond van de tekst. Wel geeft de tekst aan dat hij ook daar al een belangrijk man was. Het kan de moeite waard zijn te onderzoeken welke rol het geslacht Fuchs in Würzburg speelde en of daar een Neithard of Nitard Fuchs bekend is.

Verder is de tekst nogal hyperbolisch, oftewel overdreven. De actieradius van Fuchs is immensiorbis (‘de hele wereld’). Hij wordt zelfs met Achilles vergeleken. De bedoeling van deze vergelijking kan zijn dat hij net zo heldhaftig was, maar ook dat hij, net als Achilles, doorvocht tot het bittere eind.

Aardig is de opmerking over het de Friezen en het insolito iugo (‘het juk waaraan zij niet gewend waren’). De Friezen hadden een naam van onoverwinnelijkheid. De Romeinse schrijver Tacitus vertelt dat de Friezen Verritus en Malorix in 58 in Rome zijn en audiëntie vragen bij keizer Nero. Bij die gelegenheid zouden zij in het theater van Pompeius de ereplaatsen hebben opgeëist, gewoonlijk voorbehouden aan afgezanten van volken die uitmuntten in dapperheid en trouw jegens de Romeinsen, want “geen sterveling overtreft de Germanen in het gebruik van de wapenen en in trouw.” In het Friese provinciehuis is deze gebeurtenis afgebeeld door Reclair in 1895 naar ontwerp van Henrieux: “Geen sterveling overtreft de Friezen in dapperheid of trouw.” Ook de graven van Holland hadden moeite met de Friezen. Maar ridder Fuchs overtrof Romeinen of Hollanders: hij legde ze het juk op waaraan ze niet gewend waren!

Kronyk van Groningen en Ommelanden. (1743).
Familiewapen der Fuchs im Ortenburger Wappenbuch Bayern (1466).

Fuchs in het  Wappenbuch des Heiligen Römischen Reiches Nürnberg um 1554-1568
Das Scheiblersche Wappenbuch oudste deel 1480 (Cod.icon. 312 c) 
De Groninger Cultuurschat: Kerken van 1000 tot 1800. Kroesen en Steensma
Neithard Fuchs (als FOX) in een Fragment van een Kroniek. geschreven te Thesinge (Rijksarchief Reg. Feith 1500, 54)
Testament Häuptling Victor Frese 1527,Gem. Emden, Krummhörn
Victor Frese in het Register Ostfriesisches Urkundenbuch, deel II (1471-1500)
Hans van Grombach in de Lijst van stadsbestuurders van de gem. Sneek.1506
Neithard Fuchs (als Nittert Fox) in het Boeck der Partijen, geschreven door de Friese
   edelman Jancko Douwama.
Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 1P.C. Molhuysen en P.J. Blok

Neitdard Fuchs (Als Nitterd Foxs) in Veteris aevi analecta. Antonius Matthaeus III (1635-1710)
Neithard Fuchs (als Nottert Fuchs/Fox) in Groninger Volks-Almanak (1839) W.J.Formsma (pp. 40)
Der geschichte de marktgemeinde burgpreppach (1964)

Het militaire eind van de Friese vrijheid, de slag bij Laaksum,10 juni 1498. door J.A mol
verschenen in het millennium, tijdschrift voor middeleeuwse studies, jaargang 13 1999 nummer 1.

Gesch. der Broederenkerk te Groningen (Gron. 1832) 74-75, 136-138
De lage landen 1500 1780 prof. dr. H:van der Wee de overgang van middeleeuwen naar nieuwe tijd.
Wappen der Familie Fuchs [Wappenbuch des Heiligen Römischen Reichs, ca 1554-1568; Bayerische Staatsbibliothek CodIcon 390, fol 389
Alexander Tittmann, Die ritterschaftliche Familie der Fuchs. Ihre Genealogie und ihr Besitz im Altlandkreis Haßfurt, in: Jahrbuch für fränkische Landesforschung 58 (1998), 37-95.
O.L Vrouwenlaan   S.J. Rutgers – 1849. Beschrijving van Kolham.
https://www.historisches-lexikon-bayerns.de/Lexikon/Fuchs,_Adelsfamilie
-b) b) Reithard Fuchs war der “de erste Colonel von Herzog Albrechts voetvolk” und mit
der erblichen Reichsstatthalterei von Friesland belohnt. Man nannte ihn wegen seiner au�erordentlichen K�rpergr��e und St�rke auch “de groote Voss” oder den
“deutschen Achilles”.
http://www.schulphysik.de/hassgauland/Burgpreppach/burgprep.html

De Zwarte garde in Friesland

(De Grote garde, (de zwarte hoop, na 1516 is deze benaming overgenomen door de opstandelingen van Grote Pier) In hetzelfde jaar van de slag bij Foxhol was Albrecht verantwoordelijk voor de oprichting van een nieuw rechterlijk bestuurscentrum die de naam het Hof van Friesland.  kreeg. Of zoals het rouwbord van Fox al aan gaf: “De bandeloze Zwaben heb ik onderworpen met mijn schitterend zwaard en de Friezen heb ik gebracht onder het juk waaraan zij niet gewend waren.”

Hof van Friesland

(Afbeelding) Rechtszitting van het Hof van Friesland.

800px-S-Scheibler318ps.jpg Wilwold von Schaumberg – 1446 Lauterburg Rödental-Oberwohlsbach; † 20. April 1510 Burg Schaumberg /Schalkau. (Sakser uit de ridderkapel Haßfurt. Zijn levensloop is beschreven in Geschichten und Taten Wilwolts von Schaumberg, door Ludwig von Eyb in 1507.

Eerste Kapitein ridder Neithard Fuchs (Saksen uit de ridderkapel Haßfurt?) † 1499 gebleven in de slag bij Foxhol. Nuttert, Nottert, Neithardt, Neithart, Nijthert, Fox, Foxs, Ffox, Fux. De Lange Fox. De Grote Fox. Begraven in de Franciscaner of Minderbroederkerk nabij het grote St. Maria Magdalena altaar te Groningen.

Kapitein ridder Thomas Slentz Na Fuchs aanvoerder van de Garde.(Saksen) † 17. Februar 1500 gevallen bij de slag bij Hemmingstedt. Tevens het einde van de Garde. Slenitz, Slins, Schlinitz, Schlentz, (Slentz soll vergleichsweise (net als de Neithard Fuchs) groß gewesen sein)
Jürgen Slentz- Broer van Thomas.
-In Volksliedern, die die Schwarze Garde besingen, wird zudem ein übermäßiger Luxus der Garde beschrieben. So heißt im Liede De könig wol to dem hertogen sprak… (Lied Nr. 218 in der Sammlung von Rochus von Liliencron), dass Slentzens Harnisch rot von Gold schimmerte.-

Ridder Jurjen von Reijnsberg – (Saksen) † 1498 Noordhorn/Zuidhoorn, Gemeente Reinsberg im Landkreis Freiberg (Sachsen) ook wel Reinsperg, Regensberg.

800px-Grumbach-Scheibler145ps Ridder Frits Grombach/Fuchs – (Saksen uit de ridderkapel Haßfurt) † Harlingen 1441) Grumpach, GROMBACH (Frits von) of Grumbach zoon van Carl en Amalia Fuchs von Dornheim,–

Harrassiebmacher  Wilhelm von Harras (Saksen) aanvoerder onder Fox.

von Stolberg (Saksen), Sigmund Pflug (Saksen), Jurgen Kobeler (Saksen), Johan von Alphen (Saksen), Bernard Metsch , Metsk (Saksen) Wilhelm von Harras, Harrys (Saksen), Casper Ziegler (Saksen) †1518,Leeuwarden.Jurjen von Reijnsberg † Noordhorn.

Schieringer hoofdelingen onder De Zwarte garde

Juwinga Goslik 1473 † 20 april 1538 Bolsward, Doeko Hammema, Hero Hottinga ,Goslinck (Gosling) Juwinga , Douwe Cortleven, Kamstra renich, Schelke Liauckama (Burgemeester Sneek),Tako Obbema, Scheltinga, Schelike Schalinga, Hera Hottinga †1502, en Jarich Hottinga †1501 (in 1500 gaan beide op pelgrimage naar rome) Ridders Hessel Martena , Julo van Bottnya en Tziallingh Bottnya. Gaan te drie op pelgrimage. Van hun reisverslag is een Duitse vertaling voorhanden van Herman Lotse uit 1899. (Ein Wallfahrt von Antwerpen nach Jerusalem aus dem Jahre (7 mei ) 1517)

De Zwarte garde onder Edzard bij de slag te Foxhol

800px-Grumbach-Scheibler145psRidder Hans Grombach/Fuchs – (Saksen uit de ridderkapel Haßfurt) † (Harlingen?) Grumbach Grumpach. Broer van Frits is op 22 Juli 1499 bij Foxhol door de Groningers
gevangen genomen.

Frese-Wappen_Westfalen_Tafel_131_8Ridder Victor Frese von Rysen (Onder Edzard bij de Zwarte garde, Aanwezig bij de intocht van Edzard in Groningen 1506  . Geboren in Weye graafschap Hoya (onder Bremen) 1464. † Rysen 1527. Freese, Frais.  – Victor Freese der dritte Sohn von Johann III. und Hilda von Landsberg. Er kam 1488 als Edelknabe an den oldenburgischen Hof. Im Alter von 18 Jahre war er im Gefolge der Grafen Enno und Edzard von Ostfriesland auf ihrer Reise nach Jerusalem, wo er mit ihnen zum Ritter des heiligen Grabes geschlagen wurde. Er konnte sich so das Vertrauen der Grafen erwerben, so dass er nach ihrer Rückkehr zum Rat ernannt wurde, dazu erhielt er die Burg in Uplengen. Durch Kauf und Heirat erwarb er weitere Güter in Ostfriesland. Von seiner ersten Frau Tetta vom Bock (Tetta von Ten) erbte er die Herrlichkeit Rysum und Loquard. Durch seine zweite Frau Fossa Beninga erhielt er die Schlösser Uttum und Hinte. Seine dritte Frau wurde Sophia von Nesse. Daneben kaufte er die Herrlichkeiten Borsum und Jarsum und die Schlösser von Groothusen, Campen und Leer. Er hinterließ sechs Söhne und zwei Töchter: Is op 22 Juli 1499 bij Foxhol door de Groningers
gevangen genomen.

Johan Ripperbusch  Drost von Friedeburg ( onder Edzard bij de Zwarte garde. Aanwezig
bij de intocht van Edzard in Groningen 1506) Was daarvoor bij de slag bij Foxhol in 1499 gevangengenomen door de Groningers.

Walke Siersen van Akkrum ( – ) † Gevallen te Foxhol 22 juni 1499.

…….

.Auf Beschluss des Gemeinderats mit Zustimmung der Regierung von Unterfranken führt Burgpreppach seit 1980 ein eigenes Wappen mit den Elementen der alten Familienwappen der Fuchs von Bimbach und der TrucWappen_Burgpreppach.svghsesse von Wetzhausen.

l

 

 

nnnuxd7gg46vg3bqyeqb

.

 

Albrecht Durer  Ridder te paard 1498

 

 

Advertenties